geselecteerd als gefixeerd bericht

Verkenning van het milieu in de gemeente Moerdijk
In de gemeente Moerdijk zijn verhoudingsgewijs veel risicovolle bedrijven gevestigd en het gebied wordt doorkruist met onder andere vier drukbereden rijkswegen en drie spoorwegverbindingen. Behalve bedreigingen zijn er ook kansen. Zo leent de vruchtbare kleigrond in deze regio van Nederland zich prima voor biologische landbouw.

De centrale vraag is hoe het met de luchtkwaliteit staat.

Er is hier in de regio geen website zoals die van DCMR, zodat er weinig informatie goed toegankelijk is. Dit weblog stelt u en mij evenwel in staat om gezamenlijk het milieu te verkennen.

Via het mailformulier kunnen tips doorgegeven worden. Ook zijn waarnemingen, achtergrondinformatie en verwijzingen naar eventuele deskundigen welkom. In het archief vindt u oude logs.

Leendert van de Merbel
Medio 2004 ben ik van start gegaan met dit weblog.

november 15, 2006
By on 09:34
Veranderingen bij web-log.nl

Mocht een dezer dagen de opmaak van deze website veranderen… Een team van web-log.nl is doende de inhoud van alle weblogs te verplaatsen en daarbij verandert er het een en ander. Helaas werkt de nieuwe opzet niet handig in combinatie met de computeraanpassing Jaws: terwijl de beheerpagina geopend is, kan ik andere documenten (Word, kladblok e.d.) niet meer lezen…

Maar ik ga er wel vanuit dat er iets bedacht wordt door het team van web-log.nl dat hun weblogs weer gaan voldoen aan de normen van W3C (toegankelijkheidsnormen).

De inhoud van Milieuverkenner Moerdijk is nog niet verhuisd, maar dat van CG-netwerk Moerdijk inmiddels wel.

Houdt eventueel op de website van mijn praktijk de optie Projecten in de gaten, want daarop kan ik melden of ik dit weblog niet meer kan beheren…
Dus: www.leendertvandemerbel.nl optie Projecten.

mei 25, 2006
By on 22:21
Tastzin

Bij de wisselwerking tussen mens en milieu zijn voor de mens de zintuigen van groot belang. Ik sta eens even stil bij de tastzin, het zintuig dat wellicht het meest geassocieerd wordt met gevoel.

Volgens Wikipedia is de tastzin “het zintuig dat zorgt voor een tactiel contact met de wereld, het kan 3 soorten stimuli dedecteren: druk, pijn en temperatuur. Het bijbehorende orgaan bij mens en dier voor de tastzin, is de huid.”

De stimuli op zich zeggen ons niets. Stimuli krijgen betekenis als we ze ergens aan kunnen refereren. Om te bepalen of het warm of koud is, bijvoorbeeld, dienen we inzicht te hebben in het fenomeen temperatuur. Meneer Celsius heeft ooit een referentiekader bedacht, waarbij de vorm van water maatgevend was: als water kouder werd dan wat hij 0 graden noemde, vormde water zich tot ijs en dat kunnen we associxebren met koude; als water warmer werd dan wat hij 100 graden noemde, vormde water zich tot waterdamp en dat kunnen we associxebren met hitte.

Ik gebruikte zojuist het werkwoord “zeggen” in verband met betekenisgeving en het zelfstandig naamwoord “inzicht” inverband met het referentiekader. In onze cultuur zijn we namelijk gewend om betekenissen te duiden met woorden en woorden kunnen worden gezegd, terwijl “we” graag met de ogen dingen vergelijken en dus het woord inzicht koppelen aan referentiekader. Ik merk dit even op, omdat ik soms meemaak dat mensen bij mij, vanwege mijn blindheid, niet goed weten of zij het woord “zien” of daarvan afgeleide woorden kunnen gebruiken. Er blijkt dus door iedereen wel met woorden gewerkt te worden die je soms niet al te letterlijk dient te lezen.

Een woord dat nog niet zo lang in onze samenleving gebruikt wordt, is “gevoelstemperatuur”. Het referentiekader dat door meneer Celsius is bedacht, gaat namelijk uit van tamelijk absolute graden: bij minder dan 0 graden bevriest water en bij meer dan 100 graden verdampt water. Maar wat is nu gevoelstemperatuur?

Afgelopen week was het donderdag zo’n 20 graden en de dag erna bijna 10 graden kouder (uitgaande van het referentiekader van Celsius). Die 10 graden kouder voelde inderdaad veel kouder aan, maar als het eerst -5 graden Celsius was en de dag erna 5 graden Celsius, dan zou de 5 graden Celsius warmer hebben aangevoeld dan de 10 graden Celsius vrijdag jl. Behalve de referentie aan het kader van Celsius is er namelijk ook bijvoorbeeld de referentie aan achtereenvolgende gewaarwordingen. Toch wordt volgens Wikipedia wat anders bedoeld als het om gevoelstemperatuur gaat.

“Het verschijnsel Gevoelstemperatuur of windchill is, dat het in de wind een stuk kouder kan aanvoelen dan uit de wind. Hoe kouder het is en hoe harder het waait, des te kouder voelt het aan. We kunnen dat warmteverlies uitdrukken in een soort gevoelswaarde van de temperatuur.

Voor de berekening daarvan bestaan verschillende methoden, waardoor in de media voor dezelfde dagen uiteenlopende getallen opduiken. Het KNMI maakt in 2003 gebruik van de formule die de Amerikaanse textielfabrikant Robert Steadman heeft ontwikkeld. Zijn berekening is gebaseerd op het evenwicht tussen warmteverlies en warmteproductie van een gezond persoon. Hij gaat ervan uit dat de kleding is aangepast aan de weersomstandigheden en dat de persoon in de buitenlucht wandelt met een snelheid van bijna vijf kilometer per uur.

Bovendien betrekt Steadman in zijn berekening gegevens van de windsnelheid, luchtvochtigheid en zonnestraling.
Een wandelaar zal een paar graden vorst bij een matige wind (windkracht 3) als enkele graden kouder ervaren. Bij een stormachtige wind is het voor zijn gevoel nog zeker 10 graden Celsius kouder. Een fietser zal de kou weer heel anders ervaren, waarbij het natuurlijk ook uitmaakt of hij wind tegen heeft. Onder extreme weersomstandigheden zijn in Nederland gevoelstemperaturen opgetreden van -20xb0C tot -25xb0C. Tijdens windvlagen
kan de gevoelstemperatuur dan onder -30xb0C komen.”

Enfin, “gevoelstemperatuur” wordt volgens Wikipedia beschouwd als een alternatief voor het referentiekader van Celsius waarbij dus behalve met het element water ook rekening gehouden wordt met andere elementen. Bij een definitie van gevoelstemperatuur zou ik meer het subjectieve in plaats van het objectieve aspect verwachten, want gevoel vind ik nogal subjectief (wat ik zojuist al duidde met de gewaarwording in tijdsperspectief).

Ik ben het trouwens niet eens met wat op Wikipedia stond over detectie van pijn door de huid, want volgens mij is pijn het gevolg van te veel stimulie. Als ik mijn hand tegen de radiator houd, en ik doe dat hier nu even proefondervindelijk, dan voel ik dat er weinig warmte uit straalt. Als de kachel evenwel volop aan zou staan, dan zou ik bij aanraking van de ratiator pijn gewaarworden. Als ik daarentegen ijsblokjes uit de vriezer pak, dan kan ik dat ook niet lang vasthouden, dus te veel kou geeft ook een pijngewaarwording. Bij pijn aan de hand reageren we met een terugtrekreflex en bij “pijn”aan de ogen (als gevolg van plots fel licht) knipperen we met de oogleden.

Net als pijn is jeuk trouwens ook een eigenaardig verschijnsel. Het is de sensatie waardoor de neiging ontstaat om te gaan krabben op de plaats des jeuks, wat mij aan een uitspraak van Kees van Kooten doet denken: “als je in de wei de ene koe met haar kop tegen de andere koe ziet schuren, heeft maar een van hen jeuk”.

Net als koeien weten wij dat huid-op-huid-contact bijvoorbeeld aangenaam kan zijn, zoals daar is: de streling. Maar ook apen vinden het plezierig om uit tijdverdrijf bij elkaar te vlooien, terwijl mensen het vergelijkbaar aangenaam kunnen vinden in de kapsalon om gekamd of geborsteld te worden…
Zouden koeien trouwens zoenen?

Maar net zo goed kan huid-op-huid-contact als onaangenaam ervaren worden, waarbij de klap wellicht het bekendste voorbeeld is. Visueel contact wordt doorgaans minder confronterend gevonden dan tactiel contact, terwijl de foto van de smalle rijksweg over de Haringvlietbrug voor velen in een oogopslag meer zal betekenen dan 1000 woorden. Bij de zintuiglijke waarneming gaat het dan ook steeds om de betekenisgeving.

april 24, 2006
By on 16:17
Brug wordt probleem


Op de foto kunt u met eigen ogen zien dat de A4 over de Haringvlietbrug erg smal is voor een mainportverbinding tussen Antwerpen en Rotterdam v.v.

april 17, 2006
By on 19:08
Boomplantdag

Dit is weer het jaargetijde waarin boomplantdagen georganiseerd worden en dus “boom” ik hier even over bomen…

Een boom is een vaste plant met een of meerdere houten stammen en behoort tot de heesterachtigen. Er is geen eensgezindheid over de omschrijving van een boom. De hoogte kan varixebren van 4 tot meer dan 100 meter en de ondergrond kan ook divers zijn, afhankelijk van de soort.

In en om de boom kun je allerlei vormen van leven aantreffen. Vogels bouwen er hun nest, korstmossen leven op de stam, schimmels leven er in symbiose mee… Ja, en wij mensen gebruiken bomen ook, bijvoorbeeld voor windsingels, brandstof, meubelfabricage, fruitteelt en zuurstofleverancie.

Echt heel oude bomen tref je in de gemeente Moerdijk niet aan, maar er staan wel heel wat beschermde bomen. Op enkele plaatsen tref je gegroepeerd ook wel wat bomen aan, zoals bij de Appelzak naast dorp Moerdijk en de groenstrook naast Klundert, maar de meeste bomen staan hetzij in een rij hetzij alleenstaand.

Leve de bomen!
En zet xb4m op!

maart 21, 2006
By on 16:14
Wat zit er in de lucht?

De (buiten)lucht om ons heen is een gasmengsel dat voor pakweg 78 procent bestaat uit stikstof, 21 procent zuurstof en 1 procent argon. Verder bevat het kleine hoeveelheden methaan, waterstof, kooldioxyde, zwaveldioxyde, fijn stof etc., afhankelijk van plaatselijke factoren.

Meteorologen oftewl weerkundigen doen onderzoek naar de atmosferische omstandigheden, waarbij bijvoorbeeld de luchttemperatuur, de luchtdruk, de luchtvochtigheid, de bewolkingsgraad, de neerslag en de windsnelheid gemeten worden. Ook doen zij onderzoek naar electromagnetische verschijnselen als bliksem en poollicht.

Hier in de regio zijn mij een paar weerstations bekend:
* NEWI Meteo Fijnaart
* Weerstation Klundert

TNO verricht bij Industrieterrein Moerdijk onderzoek naar het gehalte van koolwaterstoffen in de atmosfeer. En het RIVM heeft in de gemeente Woensdrecht een meetstation van het landelijke meetnet, waar gelet wordt op diverse stoffen.

Landelijk meetnet

In de omgeving van Industrieterrein Moerdijk wordt vooralsnog berekend wat het gehalte van fijn stof, zwaveldioxyde e.d. is in plaats van dat die stoffen gemeten worden. Alleen de koolwaterstoffen worden wat beter in de gaten gehouden, terwijl er bij de verbranding van huisvuil (dus inclusief keukenzout e.d.) dioxine vrijkomt. En al het huisvuil uit Zeeland wordt in Moerdijk verbrand.

maart 14, 2006
By on 22:47
Een aardrijkskundige benadering

Duizenden jaren geleden was het hier in de regio een kustgebied. Tussen Enerzijds de huidige kust in Zeeland en Zuid-Holland en anderzijds de hoger gelegen delen landinwaarts ontstond in de loop der tijden veenmoeras. Zo’n 700 jaar geleden werd het een deltagebied, waarin de Mark uitmondde. Het veen klonk door uitwatering in en er ontstond een gorzenlandschap. In de buurt van waar nu Heijningen ligt bijvoorbeeld treffe men nog diverse gorzen aan.
Het zeewater kreeg weer meer invloed en bekend is de St. Elisabetsvloed die in het toenmalige Graafschap Strijen een diepe inham naliet: het Hollandsch Diep.

Het was in die tijd lucratief om zout en moer/turf te winnen. Door een gebied te omringen met een dijk, kon het omringde gebied drooggemalen en het moer gedickt worden. De naam “Moerdijk” verwijst naar die economische activiteit.
Vervolgens (zo’n 500 jaar geleden) werden er meer en hogere dijken aangelegd. Sindsdien spreekt men hier van polders: resp. Standdaarbuiten, Vrouwe Jacobsland (alias de Fijnaart) en Niervaert. In het gorzengebied trof men toentertijd schaapherders aan.

Bij het huidige Willemstad is het pas wat later ingepolderd, waarbij landbouw het oogmerk was. Willemstad heette aanvankelijk Ruigenhil, vernoemd naar een gors.

Het Hollandsch Diep vormde een natuurlijke grens tussen Holland en Brabant. Tussen Strijen en waar nu Moerdijk ligt, ontstond een veer. Van Moerdijk naar het zuiden werden een paar straatwegen aangelegd en in de 19e eeuw kwam er een spoorwegverbinding vanuit Belgixeb via Roosendaal en Zevenbergen: de “Grande Belge”.

Zevenbergen ligt op de grens van zand- en kleigebied.

In dorp Moerdijk leefde men van de visserij en tol. In de omgeving Fijnaart van de verbouw van vlas en suikerbieten. De plaatsnaam “Zwingelspaan” verwijst nog naar de vlasbouw. Inmiddels heeft het vlas plaatsgemaakt voor aardappelen, terwijl de verbouw van suikerbieten bijna niet meer rendabel is. Dat het hier zo’n vruchtbaar landbouwgebied is geworden, komt door de afzetting van kleideeltjes uit het zee- en rivierwater.

De Groene Specht heeft het hier ook al sinds jaar en dag naar zijn zin…

Zevenbergen is de grootste woonkern van de gemeente Moerdijk. Klundert (voorheen Niervaert) en Fijnaart zijn wat kleiner en Willemstad en Standdaarbuiten zijn nog wat kleiner. Andere woonkernen zijn onder andere Langeweg, Noordhoek, Noordschans en Zevenbergschen Hoek. In totaal staan er zo’n 14.500 woningen voor zo’n 37.000 inwoners.

Sinds de jaren ’70 is het landschap in het noordoosten sterk veranderd door de aanleg van Industrieterrein Moerdijk. Ook elders in de gemeente Moerdijk vind je industrieterrein. Bij elkaar bruto zo’n 2.900 hectaren.

maart 12, 2006
By on 16:40
Vernieuwd

Vandaag heb ik ruim 200 logs verplaatst naar het archief en tevens heb ik de opmaak van de website enigszins veranderd.
Er zullen hier nieuwe logs volgen. Vanmorgen stond de teller op 22.700 views, hetgeen erop duidt dat er belangstelling bestaat voor de verkenning van het milieu. Fijn!

maart 7, 2006
By on 16:40
Bijeenkomst over het binnenmilieu

Op 6 maart vindt ‘s avonds een bijeenkomst plaats in de Moerdijkzaal van het Jan Steenhuis (gemeentehuis) te Zevenbergen. Het betreft een bijeenkomst ter afsluiting van de maand van het binnenmilieu. Tijdens deze bijeenkomst zullen enkele sprekers het woord voeren, waaronder mevrouw Nijdam van de GGD.

Indertijd was het de heer Jans, arts werkzaam voor de GGD, die al op het binnenmilieu attendeerde. Zie daarvoor elders op dit weblog.

Ook op het binnenmilieu slaat het geluidsfragment dat ik reeds eerder publiceerde.

maart 5, 2006
By on 13:27
Annuska de Wijs

Vandaag stond er een artikel in de krant waarin ook Annuska de Wijs werd voorgesteld. Annuska staat op de derde plaats bij GroenLinks en maakt dan ook kans op een raadszetel.
Als het met het aantal stemmen dezelfde kant uitgaat als met het aantal leden, dan zit het wel goed dinsdag. Elke stem op GroenLinks is in ieder geval welkom, zodat de kans op gemeentelijk milieubeleid groter wordt. Het is toch immers maar vreemd dat alleen GroenLinks protesteerde tegen uitstel van dergelijk beleid!
Elke stem voor GroenLinks geeft aan dat er steun is voor meer bescherming van het milieu.